XPkiCumPjcpV0DbftaYxfOCY8bHmrlGd.jpg

Uitkeringsinstanties zijn bij wet verplicht teveel verstrekte uitkering(en) terug te vorderen.
Alleen in de uitzonderlijke situatie dat sprake is van een dringende reden mag van terugvordering worden afgezien.
Het UWV, de SVB en gemeenten zijn verplicht de uitkering terug te vorderen.
Tot 1 januari 2013 gold voor de gemeente nog geen verplichting maar een bevoegdheid tot terugvordering. Dit betekende o.a. dat de sociale dienst kon afzien van het terugvorderen van teveel afgedragen belasting en premies.

Wanneer het teruggevorderde bedrag niet wordt betaald kan een dwangbevel tot betaling worden uitgevaardigd, verstuurd per gewone post. Het dwangbevel levert een executoriale titel op waarmee op vereenvoudigde wijze beslag op loon of uitkering kan worden gelegd, ook wel 'derde beslag' genoemd. De derde-beslagene (schuldenaar) is vanaf de dag waarop beslag is gelegd verplicht om het gedeelte, dat volgens de uitkeringsinstantie boven de 'beslagvrije voet' afgedragen moet worden, ook daadwerkelijk af te dragen. De derde-beslagene hoeft dus niet eerst een verklaring af te leggen over wat onder het beslag valt.

De uitkeringsinstantie kan net als het 'Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage' (LBIO) vereenvoudigd beslag leggen door van het besluit tot terugvordering in afschrift mededeling te doen aan de werkgever of uitkeringsinstantie. De derde-beslagene moet deze kennisgeving voor gezien ondertekenen en terugsturen. Vervolgens dient de uitkeringsinstantie een afschrift van de kennisgeving binnen 7 dagen aangetekend te sturen naar de debiteur.
Voor beslag op een bankrekening of ander vermogen moet de uitkeringsinstantie wel een deurwaarder inschakelen.

Voor de terugvordering geldt dezelfde verjaringstermijn als voor onverschuldigde betaling. De termijn van 7 jaar gaat in vanaf het moment dat de herzieningsbeslissing is genomen. Deze termijn kan worden gestuit. Als een verjaring wordt gestuit door een bepaalde oorzaak, betekent dat dat de wettelijk voorziene termijn voor de verjaring helemaal van nul af opnieuw begint te lopen.

Bruto of netto terugvordering?
De te veel verstrekte uitkering wordt bruto (inclusief afgedragen inkomstenbelasting en premies) teruggevorderd.
Alleen wanneer de schuldenaar in hetzelfde jaar waarin teveel uitkering is verstrekt het bedrag terugbetaalt, kan netto worden terugbetaald.

Een bruto terugbetaling kan bij de belastingaangifte als ‘negatief inkomen’ opgegeven worden, wat leidt tot een belastingteruggaaf.
De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat de sociale dienst niet bruto maar netto moet terugvorderen, indien de betrokkene:

- niet verweten kan worden dat de vordering is ontstaan, en;

- niet verweten kan worden dat de vordering niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze

betrekking heeft. Of hieraan wordt voldaan hangt af van de hoogte van de vordering en het moment

waarop het terugvorderingsbesluit is genomen (begin van het jaar, tegen het einde van het jaar, of later).

Incasant moet rekening houden met de beslagvrije voet.
Voor de invordering van teveel ontvangen uitkering en voor de inning van de daarmee samenhangende boetes geldt dat rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet.
Dit is ook het geval wanneer het direct op de uitkering wordt verrekend. Dat de beslagvrije voet van toepassing is heeft ook tot gevolg dat de beslagvrije voet verhoogd moet worden indien:

- de huur- en/of zorgtoeslag niet ontvangen wordt omdat er beslag op ligt, of omdat deze verrekend wordt;

- in plaats van de gewone premie ziektekostenverzekering, de veel hogere bestuursrechtelijke premie verschuldigd is.

Wanneer de uitkering (tijdelijk) lager is omdat een maatregel wordt opgelegd vanwege het niet voldoen aan bepaalde verplichtingen, kan dit tot gevolg hebben dat er ook minder ruimte is om te verrekenen.
Op de bijstandsuitkering mogen in de 6 voorafgaande maanden ontvangen inkomsten worden verrekend met de uitkering zonder rekening te houden met de beslagvrije voet (tot 1 januari 2015 gold dit voor een periode van 3 maanden).

Geen beslagvrije voet bij het niet verstrekken van informatie.
Er gelden speciale regels wanneer de debiteur geen informatie verstrekt die nodig is om de uitkering terug te vorderen en de boete te innen (zie bijvoorbeeld art. 60 lid 6 Pw en art. 27g lid 5 WW):

- Zolang de debiteur geen informatie verstrekt mag de beslagvrije voet op nihil worden gesteld.
Wanneer de debiteur later alsnog de informatie verstrekt moet vanaf dat moment de beslagvrije voet wel toegepast worden, echter die hoeft niet met terugwerkende kracht.

- Zolang de debiteur geen informatie verstrekt mag er ook verrekend worden met vorderingen waarvoor een beslagverbod geldt. De sociale dienst mag dan bijvoorbeeld verrekenen met bijzondere bijstand. Wanneer in een later stadium alsnog de benodigde informatie wordt verstrekt hoeft de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht te worden aangepast.

Nieuwe fraudewet 2013.
Vanaf 1 januari 2013 gelden strengere regels bij terug- en invordering in geval van fraude. Voor de regels wordt een onderscheid gemaakt tussen de eerste fraude en recidive.

Fraudewet: Minder schuld? Minder boete.
De hoogte van de boete voor mensen met een uitkering wordt door UWV, SVB en gemeenten voortaan afgestemd op de ernst van de overtreding. Minder schuld? Minder boete.

Minister Asscher past de Fraudewet zo aan dat de hoogte van de boete voor mensen met een uitkering wordt door UWV, SVB en gemeenten voortaan afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin deze verwijtbaar is en de omstandigheden van betrokkene. Dus minder schuld, minder boete.
Met het wetsvoorstel wordt nu wettelijk vastgelegd dat de maximale boete is gekoppeld aan het al dan niet opzettelijk overtreden van de 'inlichtingenplicht'. Dit is de plicht van uitkeringsontvangers om op tijd alle wijzigingen door te geven die van invloed kunnen zijn op de hoogte en duur van de uitkering. Hiermee kan voor overtredingen die niet opzettelijk zijn begaan, een lagere boete worden opgelegd dan bij een overtreding waarbij wel opzet aan de orde is.

Afstemming i.v.m draagkracht.
De Centrale Raad van Beroep heeft een uitspraak op 11 januari 2016 bij bijstandsboetes bepaald dat bij het bepalen van de hoogte van de boete naast de mate van verwijtbaarheid ook rekening moet worden gehouden met de financiële omstandigheden van betrokkene. De CRvB stelt dit vast door uit te gaan van een fictieve draagkracht gelijk aan de voor beslag vatbare ruimte berekend op basis van de beslagvrije voet. Bij een minimuminkomen komt dit neer op de volgende indeling:

- bij aantoonbare opzet: 100% benadelingsbedrag, maar max 24 maanden 10%

- bij grove schuld: 75% benadelingsbedrag, maar maximaal 18 maanden 10%

- bij geen opzet of grove schuld: 50%, maar maximaal 12 maanden 10%

- bij verminderde verwijtbaarheid: 25%, maar maximaal 6 maanden 10%


Schuldregeling.
Voor UWV, SVB en gemeenten geldt de verplichting om minimaal gedurende 10 jaar de teveel verstrekte uitkering en boete in te vorderen. Verder is bepaald dat bij fraudevorderingen niet meegewerkt mag worden aan een schuldregeling. Dit staat overigens een dwangakkoord of wsnp niet in de weg.

Sociale diensten verrekenen te veel.
Eén van de knelpunten genoemd in het LOSR-rapport 'Mensen met schulden in de knel!' is, dat veel sociale diensten bij terugvordering geen rekening houden met de beslagvrije voet. Ze brengen standaard 10% in mindering op de uitkering en houden geen rekening houden met de betaalde huur en premie ziektekostenverzekering.

Volgens het rapport zou een percentage van 6% gezien de gemiddelde kosten meer in de buurt komen van een correct berekende beslagvrije voet. De aanbeveling om uit te gaan van dit percentage wordt echter niet door de overheid overgenomen. Wel is in samenwerking met Stimulansz en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden een rekentool ontwikkeld om op eenvoudige wijze de beslagvrije voet te berekenen. Dit programma, dat speciaal voor sociale diensten ontwikkeld is, kan ook de hoogte van de huur- en zorgtoeslag berekenen.
Om in andere situaties de beslagvrije voet te berekenen kan beter het rekenprogramma op deze site gebruikt worden.

Procedure.
Als de gemeente vermoedt dat u uw inlichtingenplicht heeft geschonden, zal zij daar eerst nader onderzoek naar doen. Als vast staat dat u zich zo heeft gedragen dat u een boete moet krijgen, start de boeteprocedure. De gemeente zal een rapport opmaken en u de gelegenheid geven om uw zienswijze te vertellen. Als de boete € 340 of lager is, kan dezelfde ambtenaar van de gemeente u een boete opleggen als degene die het rapport heeft gemaakt. Is de boete hoger dan € 340, dan moet iemand anders u de boete opleggen.

Als u een bijstandsuitkering ontvangt en u krijgt een bestuurlijke boete opgelegd, dan moet het college bij het vaststellen van de boete ermee rekening houden dat u de boete binnen een redelijke termijn kunt betalen (binnen maximaal 2 jaar). De boete moet u kunnen betalen uit het deel van uw inkomen dat boven de beslagvrije voet ligt. De termijn waarbinnen u de boete moet kunnen betalen is afhankelijk van of u iets met opzet of schuld heeft gedaan.

Bijstandsuitkering vanwege fraude geblokkeerd (of stop gezet)?
onderstaand het artikel uit de grondwet.
artikel.20 van de Nederlandse Grondwet.
1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van
overheidswege.

Bronnen:
Belastingdienst
NVG
Schuldinfo
Overheid


Theun50, 2016.