g4iJsYAuRtzMJU0i06SJ7ZaPuEWpy34f.jpg

Meer belastingvrij verdienen is mogelijk in 2015, 2016 en ook in 2017 doordat een aantal heffingskortingen omhoog gaat en het belastingvrije inkomen daardoor stijgt.
Wat zijn de gevolgen voor de belasting en de toeslagen? Zo gaat de arbeidskorting 250 euro voor iedereen omhoog.
Een tweede baan is in 2014, 2015 en 2016 ook in 2017 belastingvrij mogelijk, afhankelijk van uw totale inkomen en de af te dragen inkomstenbelasting.

Wanneer er gesproken wordt over een belastingvrij inkomen en belastingvrij geld (bij)verdienen, wordt bedoeld dat u een zodanig (laag) inkomen hebt dat u per saldo geen belasting hoeft te betalen.
Dus geen loonbelasting en geen inkomstenbelasting. Dat is eenvoudig haalbaar als uw inkomen niet te hoog is. In 2014 ligt de grens voor een belastingvrij inkomen op ongeveer 6.230 euro per jaar. Bijkomend voordeel is dat dit inkomen geen belemmering is voor de uitbetaling van een zorgtoeslag, huurtoeslag of huishoudtoeslag 2014 en 2015.

Als u loon hebt uit een baan of een bijbaan, dan betaalt u loonbelasting. De werkgever is verplicht om loonbelasting en premies in te houden. Tegelijkertijd zijn er heffingskortingen waarop u recht hebt.
Wie werkt heeft in ieder geval recht op de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.
Bij een inkomen tot 6.440 euro hebt u recht op:

maximaal 2.238 euro algemene heffingskorting (2016);
115 euro arbeidskorting (2016) en 2017.

Samen is dit maximaal 2.355 euro. U betaalt 36,55% belasting over 6.440 euro en dat is 2.350 euro. Trek dat van elkaar af en het is belastingvrij. Hier ligt ook ongeveer de grens voor 2015, 2016 en 2017.

Als u met uw baan, bijbaan of extra baan een jaarinkomen van 6.230 euro overschrijdt, gaat u per saldo toch inkomstenbelasting betalen. De aangifte inkomstenbelasting is het finale moment om te berekenen of u genoeg belasting hebt betaalt, of misschien wel te veel betaald geld terug krijgt van de belastingdienst. Bedenk wel dat het totale inkomen in een jaar telt voor de belastingheffing.
LET OP: Als twee werkgevers beiden met uw heffingskortingen rekenen, kan het gebeuren dat er te weinig belasting is ingehouden en u volgend jaar belasting moet bij betalen.

Belastingschijven, belastingtarieven inkomstenbelasting 2017.
De belastingschijven en belastingtarieven inkomstenbelasting 2017 zijn nagenoeg gelijk aan die uit 2016. De heffingskortingen veranderen wel, vooral de arbeidskorting. Bij een hoger inkomen vindt een versnelde afbouw van deze heffingskortingen plaats, waardoor u netto minder overhoudt:
algemene heffingskorting 2017.

arbeidskorting 2017 omhoog.

Algemene heffingskorting minstverdienende partner 2017, een berekening.
De algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner (de aanrechtsubsidie) wordt in 2017 in veel gevallen verder afgebouwd. Ook dat raakt direct uw portemonnee als uw fiscale partner na 31 december 1962 is geboren, maar vindt u niet direct terug op uw loonstrookje:
aanrechtsubsidie 2017 minstverdienende partner.

Bijverdienen en de AOW. Wat is het belastingtarief?
Mag u geld bijverdienen met een AOW in 2015, 2016 of 2017? Ja, want een extra inkomen verkrijgen met een bijbaan mag ook als u AOW ontvangt. Is dit neveninkomen dan belastingvrij? Soms.
Of het nu om tijdelijke of vaste bijverdiensten gaat, uw bijverdiensten worden door de Belastingdienst gezien als extra inkomen. Als er voor uw situatie geen vrijstelling bestaat, betekent dit dat ook over uw extra inkomsten belasting moet worden betaald. Als het zo is dat maar één werkgever rekening houdt met de heffingskortingen en in het bijzonder de algemene heffingskorting waarop u recht heb, dan zal de belastingheffing wel goed gaan. Een baan naast uw AOW of andere bijverdiensten, kunnen wel tot problemen leiden met de fiscus.

Rekenvoorbeeld bijverdienste en AOW in 2017:
Stel u hebt een volledige AOW als alleenstaande zonder kinderen. Stel dit is een bedrag van ruim 12.800 euro.
U ontvangt bij de werkgever een jaarsalaris van bruto € 10.000. In beide gevallen betaalt u 18,65% belasting in 2017, terwijl het totale inkomen gelijk is aan 22.800 euro. Over het extra inkomen boven de 19.982 euro moet u dan eigenlijk 22,9% belasting betalen en niet 18,65%. En dan zijn er nog de heffingskortingen die roet in het eten kunnen gooien.

Partnertoeslag AOW.
Wie AOW gerechtigd is en een partner heeft zonder inkomen of met weinig inkomen, heeft mogelijk recht op departnertoeslag AOW. Dat betekent dus dat het bijverdienen door de partner ten koste kan gaan van uw toeslag.
Maar let op: als uw partner jonger is dan 65 jaar en u krijgt voor hem/haar een toeslag en de jonge partner gaat bijverdienen dan heeft dat wel gevolgen voor de hoogte van de toeslag. Hoeveel er gekort wordt, hangt af van de bijverdiensten.
De eerste €213,66 van het bruto maandsalaris van de partner zijn vrijgesteld, daarna wordt er trapsgewijs verrekend.
Wie meer verdient dat € 1279,43 bruto per maand, krijgt geen toeslag meer.


Bijstand en bijverdienen van een neveninkomen.
Hebt u in 2015, 2016 of 2017 een bijstandsuitkering, dan zullen bijverdiensten wel in mindering komen op uw uitkering.
Ook het inkomen van inwonende kinderen telt dan voor het eerst mee.
De hoogte van de bijstandsuitkering 2015, 2016 en 2017 is bovendien niet voor iedereen gelijk, maar afhankelijk van uw leeftijd en thuissituatie. Met de bijstand heeft u tevens een van de vervelendste uitkeringen die er bestaan. Het is een heel laag inkomen en u mag (in principe) niets bijverdienen. Verdient u wel wat bij, wordt het ingehouden op uw bijstanduitkering.
Zie ook: uit de Bijstand komen.

Afgestudeerden mogen niet meer bijverdienen.
De “vrijlatingsregel” was een regel, die mensen in de bijstand stimuleerde om achter werk aan te gaan. Met deze regel mocht u bijverdienen en tot een maximum van € 250,-, bovenop de bijstanduitkering zelf houden. Zo werd het mogelijk om via een parttime baan uit de bijstand te komen. Deze vrijlatingsregel is opgeheven omdat men vond, dat vooral de mensen die wel veel kansen op de arbeidsmarkt hadden, hiervan profiteerden. Mensen als afgestudeerden met een bijstanduitkering.
Er ging met deze regeling te veel geld naar een kansrijke groep. Nu gaat dat geld naar langdurig werklozen in de vorm van om- of bijscholing.
Vrijwilligers met een bijstandsuitkering mogen voor maximaal € 150,- per maand met een maximum tot € 1.500,- per jaar een (onkosten)vergoeding ontvangen zonder dat het verrekend wordt met hun uitkering. Staatssecretaris Klijnsma past binnenkort de regels aan.


Hoeveel mag uw kind van 16 of 17 bijverdienen?
Veel kinderen van 16 en 17 jaar hebben een bijbaan of lopen stage. Het maakt wel uit hoeveel uw kind bijverdient. Verdient uw kind meer dan het maximumbedrag dan heeft dat gevolgen voor de hoogte van uw kinderbijslag (SVB). Dit maximumbedrag verandert ieder jaar in oktober. Is uw kind jonger dan 16 jaar? Dan maakt het niet uit wat uw kind bijverdient. U krijgt gewoon uw kinderbijslag.
Uw kind mag niet meer dan € 1.300 netto per kwartaal bijverdienen. Het maakt daarbij niet uit of uw kind thuis woont of uitwonend is. Als uw kind minder verdient dan € 1.300 netto per kwartaal, verandert dat niets aan de kinderbijslag.
Een kind mag zelfs in de zomervakantie met vakantiewerk € 1.300 extra bijverdienen. Daarboven wordt de kinderbijslag gestopt.

U bent verplicht om elk inkomen hoger dan € 1.300 netto per kwartaal aan ons door te geven.
Als uw kind 18 jaar wordt, stopt de kinderbijslag. Maar u ontvangt nog kinderbijslag over het hele kwartaal waarin uw kind 18 jaar is geworden. Daarom telt mee wat uw kind bijverdient in dat hele kwartaal.

Wat verstaan we onder inkomen?
Het inkomen van uw kind kan gevolgen hebben voor de kinderbijslag die u krijgt. Daarom is het belangrijk om te weten welke inkomsten we wel en niet meetellen bij het inkomen van uw kind.

Inkomsten die wel meetellen
loon of salaris.
Inkomen uit een eigen bedrijf.
Zaken waar de werkgever voor zorgt, zoals kost en inwoning.
Stagevergoedingen.
Vergoedingen van de werkgever, bijvoorbeeld voor reiskosten, kleding of een veiligheidsbril.
Teruggave van loonheffing.
Een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de Ziektewet.

Inkomsten die niet meetellen.
Zakgeld.
Rente van een spaarrekening.
Vakantiegeld.

Tarieven inkomstenbelasting 2016, belasting en belastingschijven ib en loonheffing, recht op AOW in 2016:

e6hjIpF8vqZ4oj2kL52vkB0fpD213NnJ.JPG

Het tarief in de eerste schijf bedraagt 18,65%, in de tweede schijf 22,5%. Dat betekent dus dat twee individuele inkomens thuis kunnen horen in de eerste belastingschijf met een laag belastingtarief, maar ook dat als de inkomens aan het einde van het jaar worden opgeteld uw totale inkomen in een hogere belastingschijf thuis hoort met ook een hoger belastingtarief.

Tarieven inkomstenbelasting 2017, belasting en belastingschijven ib en loonheffing, recht op AOW in 2017:

PBmYeioah1lz3KWEBheR4uq2VJsSr4Uf.JPG

Ook hier zien we hetzelfde beeld. Het tarief in de eerste schijf bedraagt 18,65%, in de tweede schijf 22,9%.

Hieronder zie je een lijstje heffingskortingen, tel eerst even op welke voor jou van toepassing zijn:
* Algemene heffingskorting (voor iedereen) € 2074.
* Arbeidskorting (voor als je werkt) € 1443 (maximum).
* Kinderkorting (als je een kind hebt jonger dan 12 dat bij je thuis woont) € 939.
* Combinatie korting (inkomen hoger is dan € 4524 en in aanmerking komt voor kinderkorting) € 112.
* Aanvullende combinatiekorting (als je combinatiekorting hebt en geen partner hebt) € 746.
* Alleenstaande ouderkorting (als je dus alleen woont en kinderen hebt) € 1459.
* Aanvullende alleenstaande ouderkorting (recht op alleenstaande ouderkorting en ook werkt) € 1459.

Als je even alles optelt waar je recht op hebt krijg je een totaalbedrag. Dat bedrag moet je DELEN door 0,335 (dus ongeveer maal 3 doen) en dan krijg je het bedrag dat je bruto zou kunnen verdienen PER JAAR zonder belasting te betalen.


FTqYcwmE3jbV4wrZwAfswIuRv9tyo6ES.png

ONQ6wn6FTSfjk7NIQD6eC5Rzjn8nvHiI.png


Op hoeveel arbeidskorting hebt u in 2017 recht, een berekening
De arbeidskorting bedraagt in 2017 maximaal € 3.323. Let wel, dat is het maximale bedrag en niet het bedrag waarop iedereen met werk of inkomen uit arbeid recht heeft. De laatste jaren neemt dit maximum toe, omdat het kabinet met deze heffingskorting loon uit werk wil stimuleren en belonen. Een arbeidsinkomen wordt zo verder beloond boven een uitkering:

Arbeidskorting 2014, 2015, 2016 en 2017, maximale bedragen:

OYnJSKfoDfJz2niWrs8b5Mm1qTuDEVG2.JPG


Heffingskorting(en) 2017.
Voor 2017 is alleen het bedrag voor de levensloopverlofkorting nog niet bekend. De werkbonus blijft onveranderd ten opzichte van 2016. Voor 2016 en 2017 zijn de bedragen en percentages van de heffingskortingen waarschijnlijk als volgt:

z79HMousRYu9nct5QpPsf7SdOMUeKRLx.jpg


Bijzonder tarief en vakantiegeld 2016 en 2017
Het vakantiegeld in de maand mei is vaak een mooie meevaller, maar let op:
u betaalt wel het hoge belastingtarief!
Vanaf 2014 is de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk geworden. En dat betekent dat als u meer dan 20.000 euro verdient, uw algemene heffingskorting omlaag gaat. Daarom kregen veel mensen over 2014 en in 2015 een naheffing.
Zo ook in 2016 en 2017. Voor uw netto vakantiegeld kunnen de gevolgen enorm zijn.
U houdt namelijk minder over. In de meeste gevallen gaat het om bedragen tussen de 40- tot 270 euro netto minder, wat neerkomt op 4% tot 9% minder netto vakantiegeld. Deze nivellering vindt dus niet plaats via de belastingtarieven, maar via de heffingskorting. De belastingdienst ziet het vakantiegeld nu als een extra inkomstenbron.


Bronnen:
Belastingdienst
SVB
Rijksoverheid
Infoteur.nl
InfoNu (linken)
Geld en recht

Theun50, 2017.